fbpx

Zingen opent je hart

sportpaleis

"Zingen opent je hart", meer dan 80.000 mensen mochten het al ondervinden op de Deluxe shows van Bart Peeters. Wanneer het grote doek opengaat en het koor zijn klanken de vrijheid geeft gebeurt het wonder. De magie in de zaal is onbeschrijflijk.  

Het publiek wordt letterlijk in het hart geraakt, een golf van trillingen verandert de hele atmosfeer, het lijkt of alle harten geopend worden. Een intens gevoel van blijheid en verbondenheid overvalt alle aanwezigen, ontroering en zoveel menselijke warmte zorgen voor onvergetelijke momenten. Bart zelf vergelijkt het wonderlijke gebeuren met de energie van 3 regenbogen, 27 oceanen en alle menselijke warmte van de hele planeet tegelijk. Het is onmogelijk hieraan te weerstaan. Zelfs hardnekkige niet-Bart Peeters-fans capituleren en gaan vol enthousiasme mee in dit bad van spontaniteit en vriendschap. 

De meeste koorleden missen geen enkel concert, ze rijden kilometers om steeds opnieuw bij dit feest aanwezig te zijn. De roes van verbondenheid. Geen moeite is te veel. Sommigen vragen zich af hoe ze het gaan redden eens de concerten voorbij zijn.

Ik had het geluk te mogen meezingen in het 500-koppige koor en beleefde dit energieke en hartverwarmende gebeuren van binnenuit. Maar ook op elke repetitie die aan de concerten voorafging kon ik hetzelfde wonder ervaren. Daar hadden we zelfs Bart niet voor nodig. Het zingen zelf was voldoende om een betere versie van onszelf te worden. Warme ontmoetingen, samenhorigheid en spontane zorg voor mekaar waren hier vanzelfsprekend. De golf van trillingen liet ook hier niemand onberoerd. Ik zag mensen veranderen, zich openen en stralen. Deze bijeenkomsten betekenden veel voor de meesten onder ons. Het samenzijn was er zo anders, zoveel menselijker. Er was ruimte om te groeien, er was ondersteuning en zorgzaamheid, mensen voelden zich gelukkig.

Hoe komt het toch dat quasi bij ieder van ons in het dagelijkse leven dit fijne gevoel haast ongemerkt verdwijnt?  Hoe is het mogelijk dat we -mens zijnde- vaak zo ver verwijderd zijn van deze hartelijkheid en spontaniteit terwijl we toch moeiteloos kunnen aankoppelen bij dit gevoel van eenheid eens we het herkennen? Sterker nog, verbonden en open leven voelt als natuurlijk en gezond, we voelen ons dan energiek en krachtig, alsof iets in ons dan wakker wordt.  We herkennen dit gevoel ook in de jaarlijkse solidariteitsacties zoals de ‘Warmste Week’ of ‘Kom op tegen kanker’, acties die succesvol zijn en gedragen worden door ditzelfde gevoel van verbondenheid.

De behoefte aan een warmere samenleving was nooit eerder zo groot.

Moeten we dan met zijn allen kiezen om meer samen te gaan zingen? Misschien, zeker het proberen waard en alvast een stap in de goeie richting. We zouden er alleszins meer energie door krijgen.

Of we kunnen met zijn allen EAST gaan doen.

Ik prijs me gelukkig dat ik een 10-tal jaren geleden de EAST-methode leerde kennen. Dankzij de technieken van de EAST-methode zit het met mijn energie meestal goed en loopt dit gevoel van verbondenheid en samenhorigheid als een rode draad door mijn leven. Op een eenvoudige en natuurlijke manier kan ik steeds terug naar dit fijne gevoel. Maar het is net als met zingen, de keuze hiervoor is mijn verantwoordelijkheid.

Labels werken gedragsproblemen in de hand

kids

Mijn jongste van 16 maanden is soms koppig, zondag ging ze op de grond liggen, in het natte gras, en bleef ze roepen tot iemand haar recht kwam helpen. Gewoon omdat ze niet direct een pistolee kreeg.  Stel dat ik zeg “Ze is moe, ze heeft niet goed geslapen, ik zal haar troosten”. Of “het gras is nat, ze zal kou krijgen, ik zet haar recht”. Maar helpt dit haar? Ze is toch zelf op de grond gaan liggen?

Ik zou ook kunnen zeggen, ”Ze is nog te jong, ze begrijpt dit niet, of “Ze is heel koppig, ze moet dat nog leren”, of “Ze heeft grote honger, ik zal haar gauw iets geven”.

Ieder van deze labeltjes (slecht geslapen, nat, te jong, koppig, honger) ontneemt haar de kracht en de verantwoordelijkheid om zelf te kiezen voor een andere beweging, en vergoelijkt mij als ouder om in te gaan op haar manipulatief gedrag.

Toch is dit de trend, om alsmaar maar labeltjes te plakken, op onszelf, en op onze kinderen. Bijvoorbeeld “ik ben te moe, je moet van mij vandaag niets verwachten”, of “mijn geduld is op” Ik ben een zenuwachtig type, Ik ben iemand die snel kwaad wordt” , “ ik ben vergeetachtig”. AL deze zaken zorgen ervoor dat je niets hoeft te veranderen aan je gedrag op dat moment, hoe storend het ook is voor de anderen, en jezelf. 

Blijkbaar zijn deze excuses hoe langer hoe minder sociaal aanvaard, dat is een goed tekenMaar de trend is dat men nu overschakelt naar een zogenaamd psychologisch probleem, dat door een dokter of psychiater omschreven wordt, maar waarvoor geen exacte omlijning is: Bijvoorbeeld autismespectrumstoornis (ASS), ADHD, ADD, depressie, hoog sensitiviteit, etc..

Al deze labeltjes geven het idee dat de mensen die er aan lijden anders zijn, dat zij een zeer specifieke behandeling nodig hebben, al dan niet van een professional, om te kúnnen omgaan met de uitdagingen in hun leven. Bij kinderen geven ze de indruk dat het probleem bij het kind ligt en dus niet bij de ouders, niet bij de school, en niet bij alle psychiaters en therapeuten die continu een enorme druk leggen op kinderen om dingen te doen waar ze niet zelf voor kiezen. 

Met het labelen van onze kinderen doen we dus twee keer kwaad: ten eerste: kinderen krijgen de indruk dat ze geen verantwoordelijkheid hoeven te nemen voor hun gedrag omdat dit buiten hun draagkracht zou vallen, we versterken op die manier gedragsproblemen. 

Ten tweede leggen we het probleem bij het kind en ontnemen we onszelf verantwoordelijkheid en mogelijkheden om de situatie te veranderen.  Moeilijke kinderen zijn de kanarie in de koolmijn: Als we zien dat er meer een meer moeilijke kinderen komen, die de druk van het systeem niet meer verdragen is het aan ONS ouders, leerkrachten, beleidsmakers om naar onszelf te kijken wat wij kunnen bijsturen, zodat we onze kinderen niet verder in de put duwen, maar dat ze kunnen opgroeien tot gelukkige volwassenen met een hoge verantwoordelijkheidszin. Misschien zijn hiervéél drastischere maatregelen nodig.

Hoe lang gaan we onze kinderen nog de schuld blijven geven?

Hoe geef je kinderen de nodige structuur?

Structuur kids

Laatst had ik een gesprek met een goede vriendin. Zij geeft les aan licht mentaal gehandicapten, ik geef ook les, maar niet aan kinderen of jongeren. Ik ben een beetje voorzichtig om mijn kinderen naar school te sturen. Één van de redenen daarvoor is dat je op school een duidelijk onderscheid maakt tussen leren en spelen, tussen spelen en werken, tussen leuke dingen en minder leuke dingen.

Dit is zo omdat er van alles ‘moet’ op school. Een gemiddeld kind zal als het werkelijk de keuze heeft om iets anders te doen ook iets anders gáán doen dan in de klas naar de leraar te luisteren en oefeningen maken. Wanneer ze groot worden zullen ze dus ook gemakkelijker zaken tegen hun zin, en tegen hun natuur doen, noodzakelijk kwaad noemt men dat dan.

“Maar”, zei ze dan, “het is toch goed om een zeker ritme te hebben in wat je doet: nu is er tijd om te leren, om te werken, dan is er tijd om te ontspannen. Dat is belangrijk voor kinderen.” En ik hoor ouders van jonge (hyper)actieve kinderen ook vaak zeggen dat de school structuur geeft voor hun kinderen, dat dit het gemakkelijker maakt om hun plaats te vinden. Dit is ook vaak een reden waarom men opteert voor een klassieke school ipv een vrijere school.

Dit bleef even hangen. Structuur en ritme. Voor kinderen.

Maar waar komt deze structuur dan vandaan? Welk ritme leggen we onze kinderen dan op? Stomen we hen dan niet klaar voor de ratrace waar we iedere morgen tegenop kijken?

Als je naar de natuur kijkt zie je niet anders dan ritme en structuur: seizoenen, dag en nacht, maancycli, maar ook veel dichterbij, je ademhaling, je hartslag, je hersengolven etc, tot heel subtiele vibraties in je energetische veld. Dit zijn de ritmes die ons voeden, waarmee we miljarden jaren geëvolueerd zijn tot de wezens die we nu zijn. Nog steeds vormen deze ritmes de voedende stroom waar we van afhankelijk zijn.

Lets Tune in!

{

Een schokkend gesprek met een juf

juf

Ik sprak onlangs met een juf eerste en tweede leerjaar, toevallig tegengekomen. Ik vroeg haar of haar dochter bij haar op school zat. Dat leek me evident, als werkende mens is er al zo weinig tijd met je kinderen, en als leraar is het je job om de kinderen te ondersteunen in hun groei. Leraren zijn zoals mama of papa, maar dan met een tikkeltje extra: met een degelijke opleiding waardoor je werkelijk het beste in een kind naar boven kan brengen.

Maar, neen. Zij stuurde haar dochter bewust naar een andere school. 

Waarom? Vroeg ik

Omdat ik haar anders te veel zou beïnvloeden. “ zei ze, Ons Annelien is daar heel gevoelig voor

“Maar” kwam ik af “als leraar ben je er toch van overtuigd dat je een goede invloed hebt op kinderen, daarom ben je toch leraar geworden: Om kinderen te beïnvloeden. Jouw invloed is toch beter voor je dochter dan die van een willekeurige juf op een andere school?”

Ze was ervan overtuigd dat ze haar dochter te veel zou controleren, en vooral de dochter-moeder band zou een goede werking in de klas in de weg staan. 

Zeker had deze dame enkel goede bedoelingen, toch vond ik haar houding ietwat gespleten en inconsequent:

Je acht je eigen invloed op je kind niet goed genoeg, maar je laat je wel betalen om andere kinderen continu te beïnvloeden? Wil niet iedereen dat leraren zijn als vaders en moeders voor de kinderen in hun klas, en het beste van zichzelf geven

Als leerkracht heb je 20 tot 30 kinderen onder je hoede, dan is het onmogelijk om ieder kind de juiste aandacht te geven, en daar komt nog een heel curriculum bij. Het enige redmiddel is dan verdrukken en controleren. Zwaaien met punten en toetsen is een doeltreffende manier om ze rustig te houden tijdens reken en taal-marathons, ongeacht de les-vorm

Het is een toegeving die veel leerkrachten doen, een compromis om toch hun vak uit te kunnen oefenen, om brood op de plank te krijgen. Ze moeten voor een groot stuk hun idealen, hun beste zelf aan de kant schuiven. Meestal is dit zonder dat ze het beseffen, ‘het systeem is nu eenmaal zo’, of ‘ze moeten toch een diploma hebben’. 

Het noodzakelijk kwaad wordt zo een dagtaak waar hardwerkende leerkrachten tot 90% van hun energie in steken. Uiteindelijk brengt ons onderwijs mensen voort die onze samenleving vormgeven: kijk maar om je heen.

Die gespletenheid is een symptoom dat je overal in onze samenleving ziet: dokters die hun eigen kinderen niet vaccineren, maar die van anderen wel, boeren die andere aardappelen eten dan die ze verkopen, politici die andere dingen zeggen dan die ze van plan zijn. Beleggen in goud, maar stemmen op Groen.

Toch hebben we allemaal de keuze om oprecht te zijn, en op zoek te gaan naar de juiste informatie, dieper te kijken naar de gevolgen van onze acties. Als je dat begint te doen en je kan de compromissen, het noodzakelijk kwaad, tot een minimum beperken, dan wordt er zo veel wél mogelijk. Het systeem blijft maar draaien doordat wij erin meelopen.

De narcistische psycholoog

de narcist

Dit weekend stond in de Standaard (dS11-12/01/20) een interview met een succesvol psycholoog en auteur: Martin Appelo. Wat ik bijzonder vond was dat deze psycholoog een narcistische persoonlijkheidsstoornis had, waar hij nog steeds aan leed!

De laatste tijd is er meer te doen over narcisme (Op TV, de Twaalf, in de politiek Trump). Maar waarom gaan mensen naar een psycholoog? Waarom zou jij naar een psycholoog gaan? Omdat je in de knoop ligt met jezelf, omdat je er niet uit geraakt toch? 

Op het einde van het interview vroeg  Sarah (Vankerkhove, de journaliste) of hij zichzelf heeft kunnen helpen. En? Niet dus, zijn narcistische neiging bepaalt nog steeds zijn hele leven, na acht relaties is hij nog steeds niet in staat een duurzame relatie op de bouwen, in zijn boeken vertelt hij honderd uit over ‘zijn’ stoornis. Maar hoe zou deze man dan iemand anders kunnen helpen met zulk een stoornis, om er werkelijk vanaf te geraken?

Vroeger gingen mensen naar de kerk voor een spirituele en leidraad, begeleiding in zedelijkheid en oprechtheid, een diepere verbinding met hogere krachten. Maar sinds enkele jaren is gebleken dat tenminste een deel van het kerkelijk  instituut een dekmantel was voor pedofielen. 

Toch geloven veel mensen nog steeds dat deze pedofiele priesters hen kunnen helpen om ‘dichter bij god te geraken’: “Wat hij zegt in zijn functie en wat hij doet in zijn privéleven zijn twee verschillende dingen”

Ik wil de vergelijking maken tussen de pedofiele priester en Martin Aleppo. Hoe komt het toch dat we geloven in de hulp van mensen die het goed kunnen uitleggen maar er voor de rest eigenlijk niets van bakken?

Een diploma vertelt me dat iemand goed kan studeren, een Mercedes voor de deur vertelt me dat iemand goed geld kan uitgeven.

Aan een honderdjarige vraag ik hoe hij zo oud is kunnen worden in goede gezondheid, aan een ervaren tuinier hoe hij zulke dikke wortelen en heerlijke witloof kweekt

Voor persoonlijke zaken zo als gevoelens en emoties, je energie, het ontdekken van je passie, geldt net hetzelfde. Maar hier is een meer verfijnd referentiekader wel van belang: wat zijn indicatoren voor groei, ontspanning, voor verbinding, hoe weet je dat je je passie volgt en niet verder uitblinkt in bvb je narcisme? Hoe kan je die indicatoren concreet en tastbaar maken zodat je niet meer afhankelijk bent van een expert opinion, maar zelf je keuze kan maken?

Als je het antwoordt kent op deze vragen wordt het een pak eenvoudiger om voor jezelf uit te maken wie of wat je nog meer in je oude patronen zal laten vastrijden of wie of wat je werkelijk in je groei kan ondersteunen.

martin appelo

Search Offcanvas